Ergens tussen de weilanden op een onverlichte landweg op Papay horen we de dreunende muziek in de auto waarmee Rona over het eiland rijdt. Ze zet de auto stil, de muziek gaat uit, het raampje gaat open. Nachtelijke geluiden van het eiland komen binnen – wind, altijd wind, en vogelgeluiden – maar de kenmerkende roep van de kwartelkoning die Rona voor een natuurproject moet inventariseren ontbreekt. Een zoveelste kruis, met dikke zwarte stift aangebracht, over het schematische blokkenpatroon waarmee de boerenlanden op de eiland in kaart zijn gebracht. Geen kwartel.
Het ontbrokene, draait het daarom in deze film? En zo ja, wat is dat dan? ‘Het leven is nuchter niet leuk’ vertelt Rona, op pakweg twee-derde van de film in een scène waarin ze – bijna op het einde van haar 90-daagse vrijwillige opname in een afkickcentrum voor haar alcoholverslaving – geleund over een hek bij een kinderboerderij een gesprekje heeft met een ook alcoholverslaafde vader van twee zonen, zonen van zeventien en veertien die hij al tien jaar niet heeft gezien. Vanaf het begin van de film hebben we dan al reeksen van beeldflarden gezien waarin Rona – zoals in de hele film ook in die scènes ijzersterk gespeeld door Saoirse Ronan – zich al feestend en excessief drinkend, en tot ver voorbij het extatische, vermaakt in talrijke uitgaansgelegenheden, meestal de betere, soms ook de meer morsige van Londen, waar ze een van de slimmere biologiestudenten is te midden van haar PhD-studievrienden en op een lab onderzoek doet.
Die alcoholverslaving is een gevolg van een drang naar diepe ervaring en intuïtieve doorleving, zo lijkt het, naar een groot alomvattend gevoel waarin een complete synergie tussen subject en omgeving bereikt wordt. In de tijdelijke alcoholische roes lijkt die staat voor even haalbaar, maar de gevolgen zijn bij herhaling desastreus, en die worden, parallel aan de beelden van de feestende en overrompelend expressieve en meeslepende Rona, op confronterende wijze getoond: scheldpartijen, verwondingen door rondvliegend glas, overal in huis verstopte voorraden alcohol om in die alcohol ook midden op de dag te kunnen vluchten, tot aan situaties die nog in meer extreme mate uit de hand lopen. De film begint met zo’n scène, vanuit de opening van de film die zeehonden toont in een overwegend onderwaterperspectief, een vanuit een mooie mythologische associatie opgebouwde scène waarin een stomdronken Rona letterlijk op straat wordt gegooid en direct daarna een lift aangeboden krijgt. Wat naar later nog zal blijken niet goed afloopt.
The Outrun toont Rona, in een overweldigende beeld- en geluidmontage van veel korte en langere flashbacks, vanuit een vertelheden op West Mainland op de Orkney-eilanden, waarnaartoe Rona tijdelijk is teruggekeerd, in een streven stand te houden in ontnuchtering. Ze werkt mee op de boerderij van haar vader, slingert pasgeboren lammeren de lucht in om de bloedsomloop aan de gang te krijgen, stimuleert hun ademhaling en reflexen door gras voor de neus van de pasgeboren dieren te houden, in de door wind en ook door een bij vlagen monotoon en bijna ondergronds donker geluid geteisterde weilanden direct aan de onstuimige kust. Voor dat duistere geluid heeft Rona drie verklaringen paraat, die evenzovele aspecten van haar diep doorleefde drang naar waarheidsvinding vertegenwoordigen: het kan afkomstig zijn van grootscheepse maar geheime militaire oefeningen die onder water plaatsvinden, het kan een echo zijn van het geweld van de golven dat resoneert in de grotten onder de kust, of het kan een mythologische invulling krijgen, vanuit de legende van een tot de maan reikend en daarna neergestort zeemonster, een mythische vertelling die quasi-uitbundig maar buitengewoon knap als animatie in de film is ingebouwd.
Ronduit indrukwekkend is de manier waarop die zelfvernietigende uitbundigheid – of misschien beter de zelfdestructieve intelligentie – van Rona in de film ook vorm krijgt vanuit haar jeugd. We zien beelden van een jong meisje met haar ouders aan het strand, zien vanuit haar ogen hoe ze op jonge leeftijd al versplinterd raakt, mentaal verscheurd tussen haar manifeste grote liefde voor en zielsovereenkomst met haar ook hyperintelligente vader én haar affectie voor de moeder, een moeder die – zoals ze als kind maar al te duidelijk waarneemt en doorvoelt – zichzelf, haar gezin en het dagelijkse niet aflatende werk op de boerderij maar ternauwernood vol kan houden. De primaire sympathie van de volwassen Rona ligt heel duidelijk bij de vader. De moeder, die rust of tenminste berusting en kracht gevonden heeft in het geloof – overigens in een prachtige rol van Saskia Reeves, grotendeels zwijgend zoals ze onder andere in Shetland al op een vergelijkbare wijze een krachtige invulling gaf aan een vooral zwijgend en getraumatiseerd personage –, krijgt van Rona juist vanwege die voor haar volstrekt onbegrijpelijke vlucht in de religie vooral te maken met onbegrip.
Toch is het de moeder die Rona ertoe brengt als vrijwilliger te gaan werken op het vogeleiland Papay. Via de haar omringende natuur, de vrijwilligers en de boeren met wie ze in gesprek gaat – met een heel jong boerenstel dat tot haar eigen verrassing direct positief reageert op haar namens de vogelbescherming gedane voorstel om de graslanden vanuit het midden te gaan maaien, zodat de kwartels en andere vogels alle tijd hebben om weg te vluchten naar de randen met het nog hogere, ongemaaide gras – komt Rona beetje bij beetje tot zichzelf, niet tot rust, maar tot een staat waarin haar ratio en gevoel voor het eerst beginnen te harmoniseren met haar omgeving.
Wat later besluit ze, na een zeer confronterende zelfervaring in de caravan van haar vader, voor een langere periode haar intrek te nemen in een cottage aan de rand van dat eiland. En in die omgeving met maar weinig verleidingen maar wel gedragen door een sterke gemeenschapszin bereikt Rona een intellectueel en fysiologisch evenwicht. Daarbij wordt de kijker overigens ook weer in spanning gebracht door de figuur van de winkeleigenaar op het eilandje, in wie Rona tenslotte een zielsverwant aantreft… ‘ – How long have you been sober? ‘ – 63 days’ ‘ – Then you’ve had the worst, you’ll manage’ ‘ – ?’ ‘ – 12 years, 4 months… 21 days’. Via het in de winter zwemmen in het koude water van de baaien rond het eiland, meezingend met het kenmerkende geluid van de zeehonden die met de kop en ogen net boven het water uitnodigend en aanmoedigend aanwezig zijn. Te midden van het zeewier dat haar als biologe uiteindelijk als in een langzaam tot ontwikkeling gekomen epifanie tot een nieuwe roeping brengt.
Op Papay, een klein eiland bij Westray, een klein eiland bij de Orkney-eilanden, eilanden die deel uitmaken van Schotland, dat deel uitmaakt van Engeland, een eiland bij Europa. Op Papay, waar zich in een van de laatste shots van de film ultiem ook het onnabootsbare maar zeer kenmerkende gekras van de kwartelkoning aankondigt. De kras die de ziel van de film treft, met de verfijnde echo daarvan in het gilletje van Rona op het moment waarop ze die kras herkent.
